Sturen gebeurt vaak te laat
Veel leidinggevenden sturen vooral op momenten dat het nodig lijkt. Als iets misgaat. Als een medewerker vastloopt. Als een deadline in gevaar komt. Als er spanning ontstaat in het team. Of als er ineens veel tegelijk op tafel ligt.
Dat is begrijpelijk. In de praktijk komt er veel op een leidinggevende af. De dag wordt gevuld door vragen, overleggen, mails, beslissingen en onverwachte situaties. Sturen gebeurt dan vaak tussendoor. Even snel in de wandelgang. Nog kort aan het einde van een overleg. Of pas wanneer iets al te lang is blijven liggen.
Het risico is dat leidinggeven reactief wordt. Je reageert op wat aandacht vraagt, maar je stuurt niet altijd op wat aandacht nodig heeft. Dat verschil lijkt klein, maar is in de praktijk groot.
Wat aandacht vraagt, is niet altijd wat aandacht nodig heeft.
Niet alles wat luid is, is belangrijk
Wat aandacht vraagt, is vaak luid, zichtbaar en urgent. Wat aandacht nodig heeft, is soms juist stiller. Onduidelijke prioriteiten. Afspraken die niet scherp genoeg zijn gemaakt. Werk dat te veel bij dezelfde mensen terechtkomt. Eigenaarschap dat niet goed belegd is. Voortgang die niet terugkomt tot het te laat is.
Daarom heeft sturen een ritme nodig. Niet als extra overleglaag en niet als strak systeem bovenop het werk. Wel als een vaste manier om richting, keuzes, eigenaarschap en voortgang steeds opnieuw zichtbaar te maken.
Ritme is geen extra overleg
Binnen ImProve noemen we dat het ImProve StuurRitme. De kern daarvan is eenvoudig: goed leidinggeven ontstaat niet alleen in grote gesprekken of formele momenten, maar juist in de manier waarop je de werkweek inricht. Waar maak je ruimte om vooruit te kijken? Waar bepaal je wat voorrang krijgt? Waar wordt duidelijk wie aan zet is? Waar komt voortgang terug? En waar voorkom je dat losse vragen het ritme van de week bepalen?
Veel overleg is ooit ontstaan vanuit goede bedoelingen. Een teamoverleg om elkaar bij te praten. Een persoonlijk gesprek om aandacht te geven. Een weekstart om te weten wat er speelt. Maar als niet scherp is wat zo’n overleg moet opleveren, wordt het al snel een rondje updates. Iedereen vertelt iets, er wordt meegeleefd, er worden losse acties genoemd en daarna gaat iedereen weer verder.
Dan is er wel overleg geweest, maar weinig gestuurd.
Overleg moet een functie hebben
Een stuurmoment werkt anders. Daar is duidelijk wat zichtbaar moet worden. Is er overzicht nodig? Moet er een keuze worden gemaakt? Moet duidelijk worden wie ergens eigenaar van is? Of moet voortgang worden vastgehouden? Niet elk overleg hoeft alles te doen. Juist niet. Maar ieder overleg moet wel een duidelijke functie hebben.
Dat vraagt van een leidinggevende dat je niet alleen kijkt naar de inhoud van het gesprek, maar ook naar de plek van dat gesprek in de werkweek. Wat hoort waar thuis? Welke vragen moeten niet steeds tussendoor komen, maar op een vast moment terugkomen? Welke informatie moet vooraf worden gedeeld, zodat het overleg niet volloopt met updates? Wie moet echt aan tafel zitten, en wie hoeft alleen vooraf input te geven of achteraf geïnformeerd te worden?
Minder losse vragen, meer richting
Daar zit veel winst. Niet door meer te vergaderen, maar door beter te sturen op het overleg dat er al is. Minder losse vragen. Minder herhaling. Minder onduidelijkheid na afloop. Meer richting, meer eigenaarschap en meer zicht op wat er gebeurt.
Het ImProve StuurRitme helpt leidinggevenden om daar bewuster naar te kijken. Niet vanuit een standaard blauwdruk, maar vanuit de praktijk van hun eigen team. Waar ontstaat ruis? Waar wordt te laat gekozen? Waar blijven acties hangen? Waar wordt veel besproken, maar weinig besloten? Waar komt iedereen steeds bij jou terug?
De waarde zit in de werkweek
De waarde zit niet in een model op papier. De waarde zit in het moment waarop een leidinggevende denkt: dit overleg helpt ons nu niet genoeg om te sturen. Of: deze vraag hoort niet tussendoor bij mij, maar op een plek waar we samen kunnen bepalen wat nodig is. Of: we praten veel over werk, maar maken te weinig zichtbaar wie waarvoor aan zet is.
Sturen met ritme brengt rust. Niet omdat de werkdruk vanzelf verdwijnt, maar omdat de week minder wordt bepaald door losse signalen en ad hoc bijsturen. Je bouwt momenten in waarop het werk zichtbaar wordt, keuzes worden gemaakt en voortgang terugkomt.
Dat maakt leidinggeven werkbaarder. Voor de leidinggevende, omdat niet alles meer via jou hoeft te lopen. Voor het team, omdat duidelijker wordt wat er verwacht wordt. En voor de organisatie, omdat werk minder afhankelijk wordt van toevallige aandacht.
Sturen is geen extra taak. Het is de manier waarop je voorkomt dat alles een losse taak wordt.
